Als ik er de kantjes er af moet lopen stop ik.


In juni is het 20 jaar geleden dat Frans Sigmans zijn eerste wedstrijd reed. Dat gebeurde toen op een 50cc Batavus JLO. Sinds die tijd is Frans Sigmans niet meer weg te denken uit de Nederlandse moto cross wereld. Tot op de dag van vandaag behoort Franske nog steeds tot de Nederlandse top wat gezien zijn leeftijd van bijna 36 jaar toch hoogst merkwaardig genoemd mag worden. Reden genoeg om eens een keer met de man uit Bakel te gaan praten over vroeger, nu en de toekomst.


Peter van der Sanden


MOTO: Hoe komt het dat je na zoveel jaren nog steeds datgene op kunt brengen wat van een topcrosser verwacht wordt?

Frans Sigmans: "Tja, het is natuurlijk moeilijk om daar een pasklaar antwoord op te geven. Een van de belangrijkste oorzaken is misschien dat ik er nog steeds zin in heb. Vroeger, en dan praat ik nog maar over een paar jaar terug, trainde ik nooit. Hoogstens één keer in de week met de motor, maar zeker geen konditietraining. Ik ben altijd een puur technische rijder geweest, waardoor ik niet over zoveel konditie hoefde te beschikken.


... Vroeger trainde ik nooit, nu wel en daarom heb ik er nu nog zoveel zin in...


Sommige rijders moeten keihard werken om hetzelfde nivo te bereiken als ik.. Ik heb het geluk gehad om bij de geboorte een soort technische aanleg voor motorrijden mee te krijgen. Het motocrossen is voor mij daarom geen sleur geworden. Nu train ik wel, ook voor mijn konditie, en het gekke is dat ik er nu ontzettend veel plezier aan beleef. Het is toch prachtig dat ik met mijn leeftijd veel jongere kollega's ook in de sportzaal nog te snel af ben.

MOTO: Waarom denk je kan Gerrit Wolsink, die van dezelfde generatie is, dat niet meer op brengen?

F.S.: Ik ben ervan overtuigd dat Gerrit nog steeds een goed crosser zou kunnen zijn, maar de inzet is totaal weg. Dat kan ik ook best begrijpen, want Gerrit heeft door de jaren heen vol inzet gereden in de GP's. Dáárvoor was hij 100% gemotiveerd en dat kost kracht. Dat is nu voor hem voorbij, de motivatie is weg en dan lukt het gewoon niet meer. Bij mij ligt dat min of meer anders. Ik heb ook wel GP's gereden, en dat ging nog goed ook. Niet alleen op zandbanen reed ik vooraan. Ik herinner me nog dat ik in Sittendorf van de laatste naar de vijfde plaats reed en dat is toch een keiharde baan. Door pech haalde ik toen in de tweede manche de finish niet, wat in die tijd betekende dat je ook geen punten kreeg. (Er werden vroeger punten gegeven voor de to- taal uitslag i.p.v. per manche P.v.d.S.) Zo ging er in de GP's al tijd wel iets mis waardoor ik de top niet haalde. Bovendien heb ik de GP's nooit zo professioneel benaderd als Gerrit. Hierdoor is mijn motivatie verhuisd naar de wedstrijden voor het Nederlands kampioenschap, waar ik nu nog steeds met veel spanning naar toe leef. Daar wil ik persé goed presteren en die wil is een van de meest onmisbare zaken om ook werkelijk te kunnen presteren."

MOTO: Als je het over mocht doen, zou je het dan anders doen?

F.S.:"Och, wat zal ik zeggen. Natuurlijk zijn er dingen die ik anders gedaan zou hebben, maar in grote lijnen zou ik het zo over doen. Kijk zelf maar om je heen. Ik woon in een mooi huis en ik heb een bloeiende motorzaak met drie vaste werknemers in dienst. Ik ben dan wel nooit wereldkampioen geweest,maar ik ken wereldkampioenen die heel wat minder over hebben gehouden aan hun carrière. Als ik me vroeger vol had ingezet was ik misschien verder gekomen dan een twaalfde plaats in de WK stand. Ze zeggen wel eens tegen me dat ik dan wel wereldkampioen had kunnen worden: maar dat geloof ik zelf niet. En wat heb je aan een derde plaats. Dat herinnert zich na een paar jaar niemand meer. Ja, dan stond het daar in dat schrift (wijzend naar een boekwerk waar al zijn uitslagen van 20 jaar motocross in staan genoteerd; P.v.d.S.), maar daar koop je niets voor. Of wel soms? Ik ben content!"

MOTO: Wat is volgens jou de grootste verandering die zich in 20 jaar motocross heeft voorgedaan?

F.S.: "Door de jaren heen zijn de motoren ontzettend veel veranderd, maar dat is normaal in een sport waar techniek bij te pas komt. Zet nu een machine van

Na 20 jaar vinden we Frans Sigmans nog steeds vooraan in het peloton

dit jaar naast een motor van pak- weg twee of drie jaar terug en je begrijpt niet dat je toen op die motor kon gaan. Maar dat zul je niet bedoelen met verandering.


...Het heeft geen nut om zomaar naar de Grands Prix te gaan...


Een grote merkbare verandering bij de coureurs is volgens mij de motivatie. Vroeger gingen we eerst een tijd in Frankrijk rijden om dan later in de GP's terecht te komen. Nu menen ze dat ze meteen in de GP's mee kunnen. Nou, dat hebben we in Zwitserland nog kunnen zien. "Ja, maar in Frankrijk gaan rijden kost zo veel geld", zeggen ze dan. Onzin natuurlijk, want in een GP beur je veel minder en als je je niet kwalificeert kun je met niets naar huis. Nederlandse crossers zijn allemaal zandhazen die echt wel op een harde baan kunnen rijden, maar dan moeten ze er wel wat voor doen. In Frankrijk leer je crossen. Je krijgt er niet meteen de besten tegenover je staan zodat de gemiddelde Nederlandse crosser er niet echt zoek gereden hoeft te worden, wat in een GP wel gebeurt. Met een dergelijke voorbereiding zakt de moed ook niet meteen in de schoenen. Momenteel heeft het voor de Nederlandse 500 cc rijders totaal geen nut om GP's te gaan rijden. Gewoon verloren moeite.




Een stevige pint na de wedstrijd is goed om de spanning van je af te zetten.

Veel van dit all~s kostte omdat de meesten het gewoon te gemakke- Toen ik mijn eerste kocht, dat was een bij Joop van Wees,

-. ' het volle pond Na een tijdje "onder- haaide Joop uit de van zijn jas een



In al die jaren heb ik nooit iemand nodig gehad die vertelde hoe ik het moest doen. Ik dopte mijn eigen boontjes en was van







-- _C_'-~~"~~C-

Winnen in .,Sintunnis". de beste herinnering. Links van hem Pierre Karsmakers, rechts Jo Lammers

...Bij mijn eerste duur betaalde crossmotor kreeg ik een speldje kado...


niemand afhankelijk. Ik heb altijd goed mijn best gedaan. Ook nu nog probeer ik in elke wedstrijd zoveel mogelijk inzet te tonen. Als het eens een keer slecht gaat, schaam ik me wel eens om m'n startgeld op te halen. En dan heb je er van die gasten bij die na twee keer met "pech" te zijn uitgevallen zonder problemen, een dik startgeld op komen halen, terwijl een senior, die de longen zowat uit zijn lijf heeft gereden met een paar tientjes naar huis kan. Dat is ook één van de oorzaken waarom de mentaliteit zo veranderd is. Eerst presteren, dan beuren, en niet andersom. Ik ben er dan ook zondermeer een voorstander van om af te stappen van startgeld. Beter is om een garantiebedrag te hanteren en een flink prijzenschema. Het moet toch niet kunnen dat een rijder aan zijn monteur vraagt hoeveel ronden hij gere-

...Met Wolsink kon je gerust een duel aangaan, dan ging het altijd fair ...


den heeft, en dat wanneer het er minder dan vijf zijn hij er nog een paar op zijn gemak bij draait. Ik zou het niet over mijn hart kunnen halen om zoiets te doen. Nu geloof ik wel dat de meeste rijders in de gaten hebben gekregen dat ze hun eigen glazen aan het ingooien waren, want de laatste tijd wordt er weer stevig gereden."

MOTO: Je hoeft maar op een wedstrijd te komen waar én Sigmans én Van der Ven aan de start staan, en de omroeper heeft het over de "meester" en zijn "leerling". Zie je dat zelf ook zo?

F.S.: "Ik wil niet zo ver gaan door te zeggen dat ik Kees van der Ven het crossen heb geleerd. In het begin van zijn carrière werkte Kees bij mij in de zaak. Samen gingen we woensdags dan altijd trainen en het is logisch dat Kees dan keek hoe ik reed. Het is dan ook geen wonder dat Kees iemand is die net als ik altijd nog een spoortje weet te vinden dat net iets minder zwaar is dan de rest van de baan. In zoverre zal hij best van mij geleerd hebben, maar ik heb zélf ook van hém geleerd. Kees heeft het uiteindelijk toch allemaal alleen op moeten knappen. Ik ben nooit zijn manager of zijn vaste begeleider geweest. Motocross is een individuele sport, waar je er alleen voor staat als het hek naar beneden klapt.


In 1967 bij Mies en Scène op tv, ook die eer viel Frans Sigmans te beurt. Zou dat nu nog kunnen op een dergelijke manier? Met de merknaam breeduit op de borst!



...Motocross is eigenlijk een soort ziekte waar je niet gemakkelijk vanaf komt...


Je hebt verschillende soorten motocrossers. Kees is er eentje die technisch erg goed is. Daar- om hoeft hij lang niet zoveel aan konditietraining te doen. Een an- der moet het puur van zijn kracht hebben. De motocross kun je vergelijken met een groot circus waarin je ook akrobaten, stunt- mannen, krachtpatsers, even- wichtskunstenaars en clowns hebt. Je kunt voor iedere rijder wel uitzoeken in welk rijtje hij thuishoort!".


MOTO: Hoe zie je de toekomst van de motocross tegemoet?


F.S.:"Ondanks dat de mensen steeds minder gaan verdienen heb ik nog geen teruggang in de verkoop van crossmotoren kunnen bemerken. Misschien komt dat wel omdat ik het juiste merk verkoop! De tweedehands markt is een stuk beter geworden, maar de tijd dat de nieuwe modellen al uitverkocht waren voordat ik ze in mijn winkel had staan is voorbij. Men kijkt nu meer de kat uit de boom alvorens een keuze te maken welk merk men kiest.


...Er zijn bepaalde circuits waar ik gewoon bang ben..


Wat betreft de wedstrijdvorm voor de toekomst zie ik het Stadioncrossen wel toekomst hebben al ben ik er zelf niet zo'n liefhebber van. De indoorcross lijkt me meer een rage. Dat indoor- werk heeft trouwens weinig met echte cross te maken, al is het voor het publiek wel mooi om te zien. Stadioncross benadert iets meer de werkelijkheid, omdat er op een min of meer natuurlijke ondergrond wordt gereden, terwijl bovendien de passeermogelijkheden iets groter zijn. Toch denk ik dat de echte motocross fan bij dit soort wedstrijden het kontakt met de rijders mist. Als supporter moet je langs de baan kunnen staan, het zand uit je ogen kunnen wrijven en de modder van je kleren moeten schudden. Dan pas sta je echt naar een motocross te kijken. Daarom denk ik dat "gewone" motocross het tenslotte toch zal winnen van al die andere nieuwe vormen van cross."

MOTO: Hoe lang denk je nog op deze manier door te kunnen gaan met crossen?

F.S. "Aan het eind van dit jaar wil ik eens rustig bekijken hoe de zaken er voor staan. Zie ik voor mezelf nog een kans om ook in '84 voorin te kunnen rijden dan plak ik er nog een jaar aan vast. Zomaar ergens achteraan rond gaan hobbelen zie ik niet zitten. Daarom begrijp ik ook niet waarom Gerrit Wolsink nog rijdt. De goede naam die hij in al die jaren heeft opgebouwd is hij op deze manier teniet aan het doen. Ik zie mezelf ook niet op een viertakt stappen, ofschoon dat de fijnste motor is om mee te crossen. Ik heb in al die jaren aan de top gereden en als dat niet meer gaat wordt het voor mij tijd om te stoppen. Ik vraag me dan wel eens af wat ik dan met al mijn vrije zondagen moet doen. Motocross is voor mij een soort

...Ik kan wel stoppen met motocross, maar wat moet ik dan al die zondagen doen? ...


over alle belevenissen in 20 jaar motocross. Frans is bovendien iemand die zijn verhaal leuk weet te brengen, een vlotte babbel heeft en een lekker pilsje niet uit de weg gaat. "Een pilsje na de wedstrijd is een goede ontspanning na de zware inspanning", aldus Frans.

Als we Frans Sigmans in één zin zouden moeten omschrijven dan zou dat als volgt kunnen: "Frans Sigmans is iemand die weet hoe hij over de kantjes moet rijden, maar hij loopt er de kantjes niet af ."

"Ja, dè kos wel us kloppe", voegt Franske er op z'n Bakels aan toe.


...Ik heb het altijd alleen moeten en ook willen doen...


Motocross is een soort ziekte - en ik denk voor de meesten - waar je moeilijk van af kunt komen.

Als ik op een gegeven moment de kantjes eraf moet lopen, dan geef ik de pijp aan Maarten. Alleen voor mijn startgeld blijf ik niet aan de gang."


Het is ondertussen twee uur ('s nachts) geworden in huize Sigmans zodat het tijd wordt om eens op te stappen. Uitgepraat is Frans eigenlijk nog lang niet. Je zou een boek kunnen schrijven.


...Als ik slecht heb gereden schaam ik me wel eens om mijn startgeld op te halen...