Frans Sigmans

niet alleen een zandhaas

Bron: interview weekblad motor maart 1976

In eerste instantie dachten we dat het niet zo verstandig zou zijn om een typische Brabander als Frans Sigmans op de woensdag na Carnaval op

te zoeken, maar dit bleek later allemaal nogal mee te vallen, omdat hij zich niet al te intensief met de feestelijkheden had bezig gehouden. De landelijke griepepidemie had het dorpje Bakel echter niet links laten liggen, zodat Franske met een flinke verkoudheid rondliep. Hij dacht zelf, dat zijn gezondheid wel weer in orde zou zijn voor de eerste kampioenscross in Harfsen.

Vanaf 1963 actief Amper zestien jaar oud zette Franciscus Bernardus Hendrikus Maria Sigmans, geboren op 19 juni 1949, zijn eerste schreden op het motocrosspad met een Batavus-JLO in de 50 cc klasse junioren. Het jaar daarop werd hij met een Kreidler kampioen. In 1966 behaalde hij met een 250 cc Husqvarna het H., nummer en door dit tot vandaag de dag te behouden, behoort hij tot dat selecte groepje rijders, dat al bijna tien jaar een internationaal startbewijs heeft. F.S.: "Het was wel grappig, dat ik eerst mijn motorrijbewijs moest laten zien, voordat ik toe kon treden in 1965".

Het grote succes kwam in 1967 toen Frans de "Cross der Azen" in St. Anthonis op zijn naam wist te brengen. Dit staaltje zou hij in 1968 op fabuleuze wijze herhalen. Deze prestaties behaalde hij op Husqvarna en de Zweedse fabriek stuurde dan ook in 1969 een uitnodiging om samen met rijders als Torsten Hallman, Arne Kring en Pettersson in de V.S. drie wedstrijden te rijden om daar de motocross te promoten. Nadat, hij in 1970 een tijdje Greeves had gereden kwam hij in 1971 in contact met Piet van Dijk en besloot toen op een Maico te starten. Het zou allemaal niet op rolletjes verlopen, want bij het inhalen van een achterblijver tijdens een internationale motocross in Veerle (B) kwam Frans te vallen en liep daarbij een gecompliceerde beenbreuk op. F.S.: "Eind augustus 1971 moest ik als invaller voor de geblesseerde Henk Knuiman deelnemen aan de Motocross des Nations in Vannes (F), maar helaas brak ik weer mijn been."

Met Maico behaalde hij in 1972 een tweede plaats in het nationale kampioenschap, maar omdat hij te lang moest wachten op een antwoord van de fabriek voor de plannen van het komende jaar, en ondertussen door Yamaha was benaderd, besloot hij voor dit merk te kiezen. De successen met het Japanse merk bleven echter uit, zodat er begin vorig jaar weer op Maico werd overgeschakeld en daarmee behaalde Frans, die al verscheidene malen op de tweede plaats was geindigd, de nationale titel 500 cc vr Gerrit Wolsink.

Pech en mazzel Bij een mechanische sport als motocross kan de factor geluk een belangrijke rol spelen. FS: "Vorig jaar heb ik in de Grand Prix door domme pech heel wat puntjes verspeeld, zoals in Engeland, waar een wiel kapot ging in de eerste manche en de ontsteking het liet afweren in de tweede manche. Het waren samen vijftien pt. In Bielstein (D) had ik in de training een steen tegen m'n gezicht gehad, enfin, toch gestart en in de laatste ronde op een achtste plaats, vliegt de ketting eraf."

Natuurlijk heeft hij ook geluk gehad. FS: "Bij een kampioenscross in Roden ging ik vol in vier een heuvel af, toen de twee achterste framepijpen afbraken. Ik had het gevoel, dat de motor langer werd en dat was ook zo, want de hele zaak werd uit e1kaar getrokken. Hier door kwam het gas verder open te staan, maar gelukkig werd ook de bougiekabel losgetrokken, zodat de motor afsloeg."

Het grootste gevaar ziet Sigmans in de teamcrosses, omdat daar de meer onervaren rijders samen met de routiniers in de baan zitten.

De grootste concurrenten Wie heeft volgens hem de beste kans om wereldkampioen 1976 te worden? FS: "Ik denk niet, dat iemand Roger Decoster zal kunnen bedreigen. De manier waarop hij rijdt is werkelijk ongelofelijk." Zijn er ook outsiders die de Belg de titel afhandig kunnen maken. FS: "Ik zou misschien Brad Lackey kunnen noemen, maar hij is moeilijk te peilen." Als we het over de meest gevaarlijke opponenten in eigen land hebben valt natuurlijk meteen de naam Gerrit Wolsink, de man waarmee Frans al vele onvergetelijke duels, heeft uitgevochten. FS: "Wolsink is zondermeer mijn grootste tegenstander, maar ik, hoop, dat er zich in de toekomst mr rijders met de strijd om de kop gaan bemoeien." Dat brengt ons dan met een op het volgende onderwerp, want in wie ziet hij binnen enkele jaren de opvolgers van het Wolsink -Sigmans tijdperk? FS: "Eigenlijk durf ik geen voorspelling te doen, maar hopelijk komen Gerard Rond en Peter Herlings heel ver." Denk je nog lang met de wedstrijdsport door te gaan? FS "Als ik naar een man als Adolf Weil kijk, heb ik nog een paar jaartjes tegoed", zegt hij lachend.

Bedrijf en gezinsleven Voor Frans blijft het een moeilijke kwestie om steeds zijn zaak in motoren; brommers en fietsen te combineren met de motocross. Bovendien vragen zijn vrouw Truus en de kinderen Jeanic en Ralph ook de nodige aandacht. Dit is ook n van de redenen waarom hij niet deelneemt aan de "Trans AM", omdat het seizoen in Europa lang genoeg duurt. De weinig vrije tijd, die overblijft wordt dan gevuld met een vakantie in het buitenland en het beoefenen van kleiduiven schieten, terwijl hij ook een enthousiaste jager is.

Niet alleen een zandhaas Bij een gesprek over motocross kom je op een gegeven moment altijd terecht op het verschil tussen de zandcircuits in Nederland en Noord-Belgi en de snelle harde banen elders in het buitenland. FS: "Het is mooier rijden op een harde baan, fijner sturen, harder gaan. Momenteel rij ik liever op een snel circuit, want ik kan me niet meer lekker uitleven op al die knippen. Het is wel moeilijk voor een Nederlander die aan het zandrijden is gewend om zich in het buitenland aan te passen."

Plannen voor 1976 Sigmans weet zich financieel weer goed gesteund door Maico en Jack Jones en heeft daarnaast als sponsors Metzeler, Champion, Twin-Air, Putoline en TK kettingen. FS: "Ik heb een contract met de fabriek om tien GP's te 'rijden en bij een heel goed resultaat ook die in de VS en Canada. (Maico heeft ook Weil; Noyce en Jonsson onder contract). Wijken de fabrieksmachines erg af vergeleken met de produktie-crossers? FS: "Het verschil is niet zo groot als bij Suzuki en KTM. De cilinder is wat bijgewerkt, de voorvork heeft een grotere slag en er zijn natuurlijk meer magnesium onderdelen in verwerkt." Het doel voor Frans in 1976: "Ik wil zo hoog mogelijk eindigen bij de Grand Prix en daarbij de kampioenstitel in Nederland zo goed mogelijk verdedigen."

HANS VA N LOOZENOORD