Tekst: Bruno Bruinsma Foto’s: Frans Oostermeijer                  Moto73 april 1975

Toen de nu 27-jarige Frans Sigmans acht jaar geleden — in 1967 dus — voor de eerste keer de internationale motorcross van St.Anthonis won en een indrukwekkende concurrentie met veel machtsvertoon en in een weergaloze stijl versloeg, was hij meteen een vedette geworden en werd hem een grote toekomst voorspeld door de experts die het weten konden. In dag-, week- en (motor)sportbladen wees men er zeer nadrukkelijk op dat Nederland ineens een motorcrosser van wereldformaat had gekregen. Frans Sigmans beschikte toen — en zeker ook nu nog — ongetwijfeld over grote klasse en veel kwaliteiten. Daarover kon iedereen het zonder meer volkomen eens zijn. Internationaal echter heeft Sigmans — evenals trouwens meerdere Nederlandse crossers — de hoge verwachtingen, die men had gesteld, eigenlijk niet helemaal waar kunnen maken. Zeker, hij heeft nadien in de loop der jaren in binnen- en buitenland, vooral in België, verschillende fraaie overwinningen en andere successen geboekt. Bij onze zuiderburen rijdt Frans graag. Hij is daar ook heel erg populair geworden. Maar bij de echte internationale Grand Prix top heeft hij meestal niet voorin kunnen draaien, zoals Gerrit Wolsink later. De goede resultaten kwamen — en dat leek opmerkelijk — ieder jaar opnieuw in het voorseizoen, wanneer de winter- en dus de rust periode voorbij was. Daarna werden de prestaties minder en kon hij verder geen vooraanstaande rol meer vervullen in de belangrijke wedstrijden die vooral in de zomerperiode werden georganiseerd. Tegen het einde van het seizoen was hij meestal in de middenmoot te vinden. Velen hebben zich afgevraagd wat daarvan de oorzaak zou kunnen zijn. Hoe het kon gebeuren dat Sigmans in het begin van het seizoen tot zulke voortreffelijke en sprekende resultaten kon komen en daarna afzakte naar een bedenkelijk crossers peil. Sommigen spraken zelfs van mysterieuze krachten in de sport, waar over (wieler) sportjournalist Joris van de Berg, jaren geleden al een boek had geschreven. De oorzaak van die jaarlijkse teruggang, ja zelfs afgang, was echter anders, voor insiders zelfs eenvoudig en simpel. Frans Sigmans daarover: “Mijn zaak, die inmiddels is verbouwd en aan zienlijk is uitgebreid, komt bij mij vôôr de sport. Ik geloof dat dat een gezond standpunt is. want van de zaak moet mijn gezin en ook die van anderen leven. Om de zaak te moderniseren en uit te breiden heb ik de laatste jaren hard en iedere dag lang moeten werken. Dan schoot de motorsport er bij in. Logisch, maar dat hebben velen niet willen begrijpen, In een motor- en rijwielzaak is de winter vaak een “stille periode”, er is niet zo veel te doen als in de zomer, die voor ons het hoogseizoen is. Dat is bekend. Een en ander betekende dat ik in de minder drukke periode meer vrije tijd had, tijd die ik kon besteden om mij terdege voor te bereiden op het nieuwe crossseizoen. Als de eerste wedstrijden werden verreden liet mijn conditie niets te wensen over. Later, wanneer het drukker in de zaak werd en ik onmogelijk gemist kon worden, vooral toen de verbouwing en uit breiding, die in fasen moesten worden gerealiseerd in volle gang was, kwam er van trainen totaal niets terecht. Conditie was er niet meer en mijn prestaties bleven dan ook ver beneden de maat. Van het één komt immers het ander. Ik was bij wijze van spreken al blij als bij de start de motor liep

 Naast jagen en vissen en zo nu en dan een kaartje leggen heeft Frans ook knutselen als hobby. Hier lijmt hij een mini-crossmotor in elkaar.

Toen de verbouwing en uitbreiding van de zaak tot stand was gekomen en de taken weren verdeeld — o.a. heb ik in Theo Huijbers een goede monteur gevonden, aan wie ik veel kon overlaten, terwijl mijn vader de afdeling rijwielen (ook de reparaties) onder zijn vertrouwde hoede nam en ook mijn vrouw Truus indien nodig, in de winkel kon bijspringen, kreeg ik meer armslag om het crossen serieuzer te gaan beoefenen. Ik heb nu ook tijd voor een betere en gerichte training. Eigenlijk was ik daar vorig jaar al aan begonnen. Dat seizoen wil ik echter maar zo gauw mogelijk vergeten. Dat was zonder meer een “zwarte periode” in mijn cross-loopbaan. Door onbetrouwbare machines, waarvoor ook geen onderdelen waren te krijgen, kreeg ik zoveel pech en daardoor ook blessures dat ik vroegtijdig werd uit geschakeld en het al met al een verloren seizoen voor mij werd. Het werd gewoon een lange lijdensweg waaraan geen einde scheen te komen. Vaak zag ik het dan ook niet meer zitten en was ik van plan de pijp aan Maarten te geven. De breuk met Yamaha was dan ook onvermijdelijk, temeer omdat de Nederlandse importeur niet voornemens was nog veel aan de cross-sport “te doen”. Frans Sigmans keerde terug naar zijn oude liefde: Maico. Piet van Dijk de Nederlandse importeur Uit Enschede stelde hem 3 motoren, 5 blokken en 3 frames ter beschikking. Ook de fabriek staat volkomen achter Sigmans. Er wordt een enorme steun verleend. De samenwerking is voorbeeldig te noemen. De motoren worden door Frans, die ook een gewiekst en deskundig sleutelaar is, zelf — met de uitstekende hulp van Jan Hijbers — secuur onderhouden.

 Monteur Jan Huijbers sleutelt aan een nieuw Maico-blok. Frans Sigmans kijkt hierbij nauwlettend toe.

Iedere week wordt nu minstens één keer getraind op de motor, al moet Sigmans daarvoor wel naar Helmond, Schijndel of zelfs België. Onbegrijpelijk, want in Bakel, — bij wijze van spreken naast de deur van Frans — kunnen minstens drie uitstekende crosscircuits worden uitgezet. Maar crossen in de bossen van Bakel, dat door Frans Sigmans in Nederland en ver daarbuiten, grote bekendheid kreeg, mag niet. Dat zou de stilte in dit vredige Brabantse dorp “wreed” verstoren.

 Frans met een van zijn nieuw Maico crossmachines voor zijn verbouwde en uitgebreide zaak in de Dorpstraat te Bakel.

Naast het trainen op de motor doet Frans ook veel aan lopen en fietsen. “Om de spieren los te werken”. Belangrijk echter is de aparte training die hij geregeld krijgt van PSV’s hulptrainer Jan Reker. Op het trainingsveld van de bekende Eindhovense eredivisieclub aan de Welschapsedijk wordt nauwgezet en met veel ijver geoefend, waarbij de man uit Bakel niet wordt gespaard. Na afloop van deze zware training, die uiteraard gericht is op de motor-cross, voornamelijk om de conditie op het peil dat nodig is te brengen, is er een ,,verwikkende” massage van de bekende masseur Jack van de Ven, uit Eindhoven en eveneens in dienst van PSV, waar hij o.m. het topteam onder zijn hoede heeft, Het is zonder meer duidelijk dat de Maicocoureur uit Bakel dit seizoen niets aan het toeval heeft overgelaten. Perfect uitgebalanceerde machines en zelf in een fantastische conditie, waaraan alles wordt gedaan om deze op peil te houden, moeten Frans Sigmans wel goede resultaten brengen, vooral als men weet dat klasse, aanleg en kwaliteiten volop aanwezig zijn. Die goede resultaten zijn dan ook prompt gekomen, niet alleen in Nederland (o.a. Valkenswaard, Bergharen en Eenrum), maar ook in het buitenland, vooral weer in België, en in de Zwitserse 500 cc Grand Prix. Velen in het cross-wereldje vragen zich inmiddels af of Frans Sigmans die prima conditie en opvallend goede vorm tot aan het einde van het seizoen kan vasthouden. Of zouden er opnieuw zware inzinkingen komen om tegen het einde van het seizoen weer nergens te zijn. Waren de eerste symptomen daarvan in de “kampioensrace” in Hengelo, toen de man uit Bakel door Gerrit Wolsink, van wie hij in ,,gewone” wedstrijden al enkele keren had gewonnen, gedecideerd naar het ,,tweede plan” werd gereden, al aanwezig? Zou er dan toch sprake zijn van mysterieuze krachten in de sport? Frans zelf gelooft daar niet in. Hij wil dit seizoen gewoon bewijzen dat het falen van weleer gewoon een gevolg was van gebrek aan conditie. Of hij daarin zal slagen weten we binnen niet al te lange tijd. Ondanks het feit dat er veel Frans Sigmans-fans zijn is er geen supportersclub. ,,Men heeft zo’n club op willen richten om mij financieel te steunen”, zegt Frans. Geweldig leuk natuurlijk en ook te waarderen. Ik heb dat zeer op prijs gesteld, maar ik heb die mensen laten weten dat ik geen geld nodig heb. Er zijn aan komende crossers genoeg die het wel nodig hebben. Laten ze daar iets voor doen, Ik weet uit ervaring dat motorcrossen geweldig duur is. In Maico, waarvan ik oa. een contract heb om acht Grand Prix te rijden en Jack Jones vrijetijdskleding, heb ik royale sponsors gevonden en daarom wil ik echt niet nog eens profiteren van financiële Steun van een supportersclub. Morele steun heb ik vaak harder nodig. En daar ben ik mijn vele fans erg dank baar voor. Voor vele jongens die pas beginnen met crossen valt het alle maal niet mee. Er wordt veel geld en Vrije tijd opgeofferd aan de motorsport. Indien mogelijk help ik die knapen zoveel mogelijk. Bij aankoop van motoren, onderdelen enz. krijgen ze bij mij altijd een fikse korting. Niet alleen KNMV-rijders, maar ook mannen van de NMB en de Gelimbra”. Het crossen is in Brabant nog altijd zeer populair en een veel beoefende tak van de motorsport. Er zijn veel jonge knapen die zich in Bakel en omgeving een crossmotor hebben aangeschaft. Frans Sigmans bijvoorbeeld heeft dit jaar al twintig nieuwe en meer dan dertig gebruikte machines aan ,,motorcrossers in de dop verkocht”. ,,En dat zegt genoeg”, aldus Frans.