Markelo

6 april 1970

Zweden beheersten Herikerberg

In de motorclub „Ons Genoegen" zitten bestuursleden die weten wat ze willen; dat moet ook, want als je een motocross organiseert waar gemiddeld een 20.000 bezoekers komen kijken en de grootten van de wereld aan de start verschijnen, dan moet je wel degelijk de touwtjes goed in handen hebben. Daarom werd het standpunt dat vorig jaar was ingenomen strikt gehandhaafd. Bestuurslid Ab Hofhuis formuleerde het nog eens duidelijk: ,,Na de vervelende verwikkelingen van het vorig jaar met de Belgische toppers Robert en Geboers (zie Grand Prix Cross '69) wensen wij geen Belgen meer aan onze startstreep". Hetgeen dit jaar ook geschiedde. Uit bijna alle landen van Europa die maar iets op motorcrossgebied te betekenen hebben, waren rijders aanwezig; de grote afwezige was echter België. Hoe dat nu zal moeten als er op de Herikerberg weer een Grand Prix verreden gaat worden — en het ziet er naar uit dat de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging in 1971 Markelo zal aanwijzen — weet nog niemand. Weigeren van de Belgische kopstukken zal moeilijk gaan, omdat men dit bij de FIM moet verklaren; er is evenwel na het niet nakomen van contractuele verplichtingen van de Belgen een brief naar de FIM gegaan. Het zal wel uitdraaien op wél starten, maar met een lage startpremie; daarvoor is immers geen vaststelling en moet door onderling overleg van rijder en bestuur bepaald worden. Een lage startpremie zou de zaak wat gelijk trekken, want Markelo miste in 1969 het grote aantal Belgische supporters, dat steevast met de kopstukken meereist. Het laatste woord is nog niet gesproken! Maar goed, voorzitter van de Wolde en zijn mannen boden dit jaar opnieuw een sterk programma; niet dubbel internationaal weliswaar, want dat bleek wel iets teveel van het goede te zijn geweest. Een groep sterke Zweden, waarvan Uno Palm de triomfator zou worden en Hakan Andersson hoog eindigde, evenwel met de sterke Fin Heikki Mikkola als een wig tussen hen in. Beste Nederlander werd Pierre Karsmakers met een vierde plaats, maar als zij niet door pech achtervolgd waren, hadden de Zweden Torleif Hanssen en Bengt Arne Bonn hem die wel eens kunnen afsnoepen.

Het programma had nog sterker kunnen zijn als de aangekondigde John Banks niet door een geblesseerde knie verstek had moeten laten gaan. Het ondertekende contract lag ter inzage voor de pers op Markelo's persconferentie, maar doordat hij geen uitnodiging had, was uw redacteur niet aanwezig en had daarom geen visuele zekerheid!

Als een pijl uit de boog schoot Frans Sigmans weg bij het vallen van het Vredestein-starthek en hij had een duidelijke kopposi­tie in de eerste linkerbocht. Achter hem stoven de Zweden Palm, Hanssen en Andersson de hobbelige bospaden van het kille circuit „de Herikerberg" op. Niet lang mocht Sigmans aan de kop vertoeven, want de onstuimige Torleif Hanssen, die op Cassius Clay-achtige wijze verkondigd had dit jaar wereldkampioen te worden, nam na twee ronden al de leiding van de Nederlander over. Twee ronden later moest Frans zelfs met een vastgelopen big-end zijn Greeves naast de baan parkeren. Het voorbeeld van Torleif Hanssen deed zijn landgenoten Uno Palm en Hakan Andersson volgen en eerst op de vierde plaats verdedigde overigens met verve Pierre Karsmakers onze vlag. Sterk aangevallen evenwel door de sterke Fin Heikki Mikkola, AJS-fabrieksrijder Bengt Arne Bonn en Nederlands kampioen in de 250-klasse Jan Roessink. Het werd Pierre te machtig en een slippertje in de laatste ronde maakte van hem slechts tweede Nederlander op de zesde plaats. De tweede manche was zonder meer voor Uno Palm; weliswaar had hij in de eerste ronden nog concurrentie van Hanssen en Arne Bonn, maar toen een opspattende steen het oog van Torleif trof en de onfortuinlijke Zweed naar de bodem ging, was Palm zeker van de eindoverwinning. Arne Bonn leidde weliswaar het veld aan, maar een achtste plaats in de eerste reeks was niet verontrustend voor Uno. Na uitvallen van de AJS reed Uno zelfs naar een onbedreigde zege. Harder ging het er aan toe voor de tweede plaats. Karsmakers, Roessink en Mikkola lagen opnieuw met elkaar in de clinch ,

terwijl Andersson en Jo Lammers er zich ook nog mee bemoei­den. Het werd een winnende eindspurt voor Mikkola, gevolgd door Karsmakers en Lammers, die in de eerste manche niet ver der dan de tiende plaats reikte. Roessink won het van Andersson, terwijl niet zover daarachter Stef van der Sluis volgde. Palm wees op resolute wijze alle andere piloten terug en zegevierde superieur op de kille, natte Herikerberg.


INTERNATIONALEN 250 CC:

1. Uno Palm (S), HVA; 2. Heikki Mikkola (SF), HVA; 3. Hakan Andersson (S), HVA; 4. Pierre Karsmakers (NL), CZ;5.Jan Roessink (NL), HVA; 6. Jo Lammers (NL), HVA; 7. Stef van der Sluis (NL), Bultaco; 8. Rudi Boom (NL), HVA; 9. Frits Selling (NL), Greeves; 10. Torleif Hanssen (S), HVA; 11. Sören Lodal(DK), CZ; 12. Henk Knuiman (NL), CZ; 13. Johan Roessink (NL), Maico; 14. Herman van Hoegee (NL), Greeves; 15. Brord Haaker (NL), CZ; 16. Vic Allan (GB), Greeves; II Malcolm Dearne (GB), Greeves; 18. Bengt Arne Bonn (S), AJS 19. Ton van Heugten (NL), CZ; 20. John Pease (GB), Greeves 21. Oby Hiemstra (NL), HVA; 22. Jörgen Agergard(DK), CZ; 23. Jo Hoefman (NL), Maico; 24. Josef Lötscher (CH), Monte- sa; 25. Emil Kazda (CS), CZ; 26. Juha Tirrinen (SF), CZ.