Gemert 5 maart 1969 interlandwedstrijd Nederland-België.

Wat een conditie , klasse, stijl, moed:

De kop is er weer af van het internationale moto-cross-seizoen. Gemert beet, zoals de laatste jaren steeds het geval is, het spits af. Het organiseerde zijn cross voor de 21e keer in totaal en voor de 12e maal als interlandwedstrijd Nederland-België. Men weet, de Belgen beschikken over goede crossers. De allerbeste onder hen, Joel Robert, ontbrak helaas, maar er waren nog keien genoeg in het Belgische team over.

Dat het ondanks een fraai Nederlands succes werd ‘bewijst wel, dat Nederland ook bezig is met de ontwikkeling van de crossers. Brabant en Limburg beschikken over rijders van klasse. En de sneeuwbal rolt verder. Als de tendens doorzet, dan gaan we binnenkort de Belgen overklassen.

Helemaal zover zijn we nog niet, ondanks de overwinning in de landenwedstrijd. Daarvoor was het verschil in punten (100 tegen 98) nog te klein. Maar we hebben in elk geval, ondanks wat tegenslag, de sterke Belgische ploeg kunnen verslaan. En al heet het dan officieel een landenwedstrijd, de persoonlijke zege telt voor het publiek toch altijd zwaarder. En die persoonlijke zege ging naar de lieveling van ‘het Brabantse publiek: Frans Sigmans.

De tengere coureur uit Bakel met ‘het jongensachtige gezicht was het vorig seizoen al doorgebroken naar de internationale top. Maar er moest nog meer gebeuren. Sigmans heeft van zijn uitgebreide supportersclub materiaal gekregen. Een prachtige Husqvarna fabrieksracer bijvoorbeeld. Hij heeft er die supporters voor beloond door het hoofdnummer, de internationale 500 cc, te winnen. Hij deed dat op een manier, die aan zijn klasse noch aan zijn ‘koppie’ twijfel overliet.

Straatlengte

Want Franske Sigmans won de eerste manche van de internationalen met een straatlengte, ook al omdat de Belgische crack Roger de Coster uit Brussel met zijn CZ in het begin van de race verstek liet gaan. Met Karsmakers, Lammers, Wolsink, v. d. Sluis, Driessen etc. kon hij het wel af. In deze eerste manche der internationalen werd eigenlijk de basis gelegd voor het Nederlandse succes, want alleen de eerste tien aankomenden leveren punten op. En bij die eerste tien was er maar één Belg. Dat was Jan Boonen met zijn Husqvarna, die beslag kon leggen op de tiende plaats … en zo een schamel punt voor zijn team kon veroveren.

Die eerste race van Sigmans was alleen maar een staaltje techniek en moed. Hij sleepte zijn gloednieuwe Husqvarna over het circuit in Gemert als een volleerd coureur, hoewel het parcours bepaald niet vlak was. Maar dat was alleen nog maar techniek. In de tweede rit kwam het “koppie” er ook nog bij. Want toen was de Belg Roger de Coster er wèl steeds bij en hij nam al meteen bij de start een voorsprong. Frans Sigmans liet hem echter rustig uitrazen, wetend, dat een plaats bij de eerste drie in de tweede manche goed genoeg was voor de eindoverwinning. Hij gaf zelfs een paar honderd meter prijs aan de Belg, speelde zelf alleen maar op ‘heel houden’ en kon dat allemaal nog doen zonder al teveel bedreigd te worden voor de tweede plaats.

De Belg Jaak Veldhoven, ook al een Husqvarna rijdend, heeft daar wel alle moeite voor gedaan, maar de tweede positie van Sigmans was nauwelijks in gevaar. Het ziet er dan ook naar uit, dat Franske Sigmans dit seizoen maar twee werkelijk gevaarlijke tegenstanders zal hebben (althans uit het Belgische kamp; over de Zweden, de Oostduitsers en de Britten hebben we het dan nog even niet), namelijk Joel Robert en Roger de Coster. Een andere Belgische coming-man, Gaston Rahier, berijder van de Spaanse fabrieks-Ossa kon zijn reputatie van de ‘tweede Robert’ nog niet waar maken. Hij eindigde in de eerste manche van de internationalen als 14e en in de tweede als negende.

Spektakel

Neen, dan deden de Nederlanders het beter. In de eindrangschikking prijkte Sigmans dus op de eerste plaats, Gerrit Wolsink uit Hengelo werd een heel goede tweede, en achter de Belg Jaak Veldhoven werd Frits Setting uit Amsterdam een heel goed vierde, Ook de daarop volgende ereplaatsen werden door uitstekend rijdende Nederlanders ingenomen, Jan Roessink uit Diepenheim als vijfde, de Arnhemmer Stef van der Sluis als zesde. Achter de Belg Jan Boonen kwam dan Amersfoorter Ton van Heugten als achtste, vervolgens Jo Roelofs uit Gorssel (op Montesa) als negende en tenslotte de Belgische hope Gaston Rahier als tiende.

Moto-cross is een geweldig spektakel. Het is niet verwonderlijk dat vooral de Brabanders en Limburgers, die altijd gewend zijn geweest aan veel wielerspektakel, er warm voor lopen. Maar het is ook een keiharde ‘bezigheid, die soms in drama’s eindigt. Wie van de twee

manches er één niet uitrijdt, is meteen uitgeschakeld voor de ereprijzen, ook al wint hij de andere manche met een straatlengte. in Gemert zijn de toprijders voor die drama’s niet gespaard gebleven. We vertelden reeds dat één van die drama’s zich voordeed bij de internationalen in de zware klasse, waar de Belg Roger de Coster zijn kans op de eindzege verspeelde, ondanks een prachtige overwinning op Sigmans in de tweede manche. Het was voor Sigmans eveneens een klein drama, want ongetwijfeld had hij deze sterke Belg liever op het scherp van de snede verslagen. Dat hij daartoe in staat is bewees hij door zijn fenomenale rijden in de eerste rit al.    Wat een klasse! Wat een stijl! Wat een conditie! Wat een Moed!

                                                                                                Weekblad sportexpres 6 maart 1969