Jo Lammers, onze beste man 5e in finale.

EERVOLLE DERDE PLAATS VOOR NEDERLANDSE PLOEG COMPLEET IN FINALE EN AAN FINISH

TROPHEE DES NATIONS

UITSTEKEND MANAGEMENT VAN RINS DE GROOT

Sinds de Trophee des Nations in 1961 voor de eerste maal verreden werd in ltalie heeft de Nederlandse ploeg voor 1968 nooit tot de uitblinkers behoord. Zoals het was met de Motocross. des Nations, zo ging het met de Trophee. Steeds dezelfde landen gaven de toon aan en elk jaar opnieuw werd het een gevecht om de eerste plaats tussen Engeland, Zweden en Belgie. Met uitzondering van 1964 in Markelo en 1967 in het Tsjechische Holice waar de Tsjechen een tweede plaats veroverden werd het goud, zilver en brons telkens onder de drie genoemde landen verdeeld. De ploegen van andere deelnemende landen kwamen er nooit aan te pas. Het geluk speelde meestal de belangrijkste rol voor wat de rangschikking betrof na de derde plaats. Het was echter met hoopvolle verwachtingen dat de Nederlandse equipe onder leiding van Rins de Groot en Frits Selling na het Zwitserse Payerne trok om daar voor de achtste keer te proberen een eervoller resultaat in de wacht te slepen. Na de opmars van de Nederlandse motocross in de afgelopen twee jaren en de vele suksesen die onze toprijders in de internationale wedstrijden behaalden was er alle reden voor deze meer optimistische verwachtingen. Een prachtige derde plaats na de Zweden en Belgen, maar met een behoorlijke voor- sprong op de andere deelnemende lan- den is het bewijs dat dit optimisme ge- rechtvaardigd was. We vinden het dan ook wel de moeite U het verloop van deze voor ons land zo suksesvolle TROPHEE, die zeker met gulden letters in de annalen van onze nationale motorsport zal worden opgetekend, wat uitvoeriger uit de doeken te doen.

Reeds vrijdagavond verzamelden zich de Nederlandse rijders met een aantal supporters in de omgeving van Payerne. Zoals U weet bestond onze ploeg uit de rijders Frans Sigrnans, Jo Lammers, Ton van Heugten, Harry Driessen en Stef van der Sluis. De organisatie had de beschikking over een nieuw circuit, gelegen in het plaatsje Combremont le Petit nabij Payerne. Een typisch wat wij noemen hard circuit dat bij regenachtig weer de nodige problemen zou kunnen opleveren. Met de catastrophe van 1965 nog vers in het geheugen, de Trophee des Nations werd toen ook in Payerne verreden, maar moest na de eerste manche worden afgelast omdat. de modderklompen die voorbij de jurywagen raasden niet meer te herkennen waren, was het dan ook niet te verwonderen dat voorzitter Blaser met bezorgdheid zondag 1 sept. tegemoet zag. Enkele dagen voor deze belangrijke wedstrijd viel de regen nl. met bakken uit de hemel en voor de officiele training op zaterdagmiddag moest het circuit plaatselijk worden omgelegd omdat het practisch onberijdbaar was geworden. Gelukkig verbeterde het weer na de stortregens van vrijdag. ‘s Zondagsmorgens was de zon zelfs van de partij zodat een normaal verloop van de races mocht worden verwacht. Tijdens de training van zondagmorgen deden zich voor onze ploeg geen moeilijkheden voor. Iedereen voldeed zonder moeite aan zijn verplichte oefenronden, ofschoon de Huskie van Jo Larnmers nog wat kuren vertoonde. Er waren echter helpende handen genoeg om alles voor de start van de eerste serie weer in orde te maken. De Internationale Jury bepaalde dat gereden zou worden in twee series met finale. Men vond het aantal rijders, niettegenstaande de afwezigheid van Rusland, Roemenie, Tsjechoslowakije en Noorwegen, te hoog om het gehele gezelschap van 45 man in een keer, dat wil zeggen in twee manches van start te sturen. Voor de finale kwamen in aanmerking de drie best geklasseerde rijders per land over de twee series. Dat betekende dus negen maal drie is zevenen twintig rijders. Dit aantal zou worden aangevuld voor de finale met de overige negen beste tijden. Ongeveer vijf tienduizend Zwitserse crossfans hadden zich bij stralend weer rond het geheel overzichtelijke parcours verzameld toen om half twee de startvlag viel voor de eerste serie. Ons land begon met twee rijders, nl.

15.000 BEZOEKERS

DOOR HARRY GOOSSENS FOTO’S JOHNNY WAARMA EN JUSTYN NOREK

Frans Sigmans en Ton van Heugten, zodat de overige drie het in de tweede serie mochten proberen. De opdracht die de jongens meekregen was de zaken niet te forceren, maar trachten door het heel houden van de machines en niet te grote achterstand op de winnaar een finaleplaats te halen. Dat was op zich al geen geringe opgave.

Direct na de start ging wereldkampioen Hallman aan de leiding en zelfs Robert die bij de start met Geboers ten val kwam had er geen behoefte aan om veel risico’s te nemen met het mogelijke gevolg zijn plaats in de finale te verliezen. Met de regelmaat van de klok kwam hij op een voor Robert rustige manier terug uit de achterste gelederen, Frits Selling nestelde zich na een zestal ronden op de tweede plaats achter Hallman die inmiddels een straatlengte voor lag en beperkte zich tot het verdedigen van deze tweede plaats. Dat rustig moeten we dan wel met een korreltje zout nemen, daar de rest er behoorlijk aan trok in verband met een mogelijke extra plaats in de finale. Frans en Ton zaten na de start op een goede twaalfde en vijftiende plaats en hielden zich aan de opdracht van hun manager. Na enkele ronden werden reeds de onvermijdelijke uitvallers genoteerd. Jammer voor de Belgische ploeg moest ook Geboers na zeven ronden met een vastgelopen zuiger het rennerspark opzoeken. Dat betekende voor onze zuiderburen het verlies van een van hun belangrijkste pionnen en de zekerheid dat men niet met een volledige ploeg de finale zou halen. De Engelsen verloren na drie ronden Malcolm Davis die op dat moment op de tweede plaats achter Hallman zat. De twee grote kanshebbers Engeland en Belgie moesten dus al in de eerste serie een belangrijke veer laten. Frans Sigmans was ondertussen zonder risico te nemen opgeschoven naar de negende plaats, terwijl Ton van Heugten

Ton van Heugten in een niet alledaagse sprong!

het niet minder deed en naar de tiende plaats klom in het wiel van zijn ploeggenoot. Manager Frits Selling gooide toen het sein op veilig en rustig behielden ze hun plaatsen tot aan de finish. Een plaats in de finale voor de eerste twee van ons team was dus al verzekerd. Met een gerust hart werd de volgende serie dan ook tegemoet gezien. Een negende en tiende plaats was meer dan we hadden durven te verwachten. Direct na de start van de tweede serie voerde Jef Teuwissen het commando aan, gevolgd door de Zweed Aberg en de Fin Mikkola. Onze drie landgenoten volgden op de tiende, dertiende en achttiende plaats voor respectievelijk vd Sluis, Lammers en Driessen. Dat viel niet tegen, ofschoon daar wel wat aan gedaan moest worden wilden we de kans behouden met de gehele ploeg in de finale te komen. Na vijf ronden zat Jo Lammers al op de twaalfde plaats gevolgd door vd Sluis en Driessen als zeventiende. In de zevende ronde plotseling paniek. Jo Lammers kwam niet door en aan de pits zakte de stemming met de wetenschap dat we een van onze belangrijkste troeven zouden moeten afschrijven. Gelukkig was Jo na een valpartij weer vlug op zijn Huskie geklauterd en al was het met een verlies van zes plaatsen, hij kwam toch door op de achttiende plaats. De man uit Schijndel kennende zou daar nog wel iets aan gedaan worden. Hij deed het waren het maar enkele plaatsen. Stef v/d Sluis meende dat hij niet achter mocht blijven op Frans Sigmans en Ton v. Heugten. Hij werd afgevlagd als elfde, gevolgd door Driessen op de veertiende en Lammers als zestiende. De Belgen Teuwissen, Decoster en Wiertz maakten geen fouten en klasseerden zich prachtig als vierde, vijfde en zesde. Het zag er voor de ploeg van de heer Meersman dus nog niet zo slecht uit al stond door het verlies van Geboers vast dat hoogstens vier piloten in de finale konden komen. Onder grote spanning werd afgewacht welke de zesendertig gelukkigen zouden zijn. Toen bleek dat zich onder de Nederlandse supporters een rekenwonder bevond dat zelfs de Internationale Jury te slim was. Sportvoorzitter Burik en Rins de Groot die ons land in de jury vertegenwoordigden maakten de namen van de Nederlandse finalisten bekend; Jo Lammers was er niet bij. Met slechts 0.7 sec. zou hij geklopt zijn door de Fransman Novak; zo meende tenminste de jury. De Arnhemse supporter de heer Wiegerink, die al liftend de reis naar Payerne gemaakt had, zag het echter anders en hij wist de heren Burik en de Groot van zijn gelijk te overtuigen. Wat was er nu juist gebeurd. De Fransen zouden met vier man in de finale komen, waarvan Novak als vierde man, dus een van de negen extra rijders, volgens de beste tijden. Op het eerste gezicht bleek dit juist te zijn en was daar geen speld tussen te krijgen. Men had echter de fout gemaakt om onder de eerste drie Fransen de rijder Jean Fabre te rekenen met een tijd van 41.20 sec., een betere tijd als Novak, maar, en daar zat de fout die de heer Wiegerink had ontdekt, met een ronde minder gereden. De derde Fransman moest dus Novak zijn die wel een iets mindere tijd had, maar een ronde meer.gereden. Fabre kwam met zijn gereden dertien ronden, tegen Novak en ook Jo Lammers met veertien, te vervallen. Hij moest plaats maken voor onze landgenoot. De internationale jury werd opnieuw bij elkaar geroepen en werd er van overtuigd dat er een fout gemaakt was. Dat was toen niet zo moeilijk meer en Nederland zat met de volledige ploeg in de finale. Als enige complete team kwamen daar de Zweden bij, zodat we er goed voor stonden. Er kon in de eindstrijd natuurlijk nog van alles gebeuren, maar gezien de behaalde plaatsen in de series mochten we optimistisch zijn.

In totaal zesendertig rijders, waarvan Zweden en Nederland met vijf, Engeland, Belgie, Finland, Italje en Denemarken met vier, Zwitserland en Frankrijk met drie, namen de start voor de finale. Algemeen werd verwacht dat Belgie nu eindelijk de Trophee des Nations zou winnen al stonden ze met een man in het nadeel ten opzichte van de grote concurrent Zweden. Er staat echter schijnbaar geschreven dat de Belgen niet mogen winnen, noch in de trophee, noch in de motocross des nations. Joel Robert die zijn krachten gespaard had in de serie en die momenteel in de vorm van zijn leven verkeert, nam direct de leiding met in zijn spoor Hallman. Robert gaf zijn grootste rivaal geen schijn van kans en liep ronde na ronde verder van het gezelschap weg. Hallman had geen moeite zijn tweede plaats te behouden, gevolgd door Eastwood en Aberg. De minder bekende Zweed Arnebon lag vijfde, zodat ze niet meer konden wensen met drie rijders bij de eerste vijf. Ook de Belgen stonden er half koers goed voor. Robert op kop, met Marcel Wiertz als zesde en

Decoster als zevende. Er kon dus nog van alles gebeuren.

En hoe stond het met onze ploeg. Na negen ronden waren de plaatsen als volgt: Lammers tien, Sigmans twaalf, vd Sluis veertien en Driessen vijftien.

Ton van Heugten zat in de achterhoede en kon zich daar niet los maken. Regelmatig reden de jongens hun wedstrijd, goed op de hoogte gehouden door hun manager. In de laatste ronden zou het gevecht tussen de Belgen en Zweden beslist worden. De Engelsen hadden alle kansen verspeeld door het wegvallen van Smith en Bickers. Ook Hallman moest enkele ronden voor het einde de strijd staken. Dit bracht de Zweedse overwinning echter niet in gevaar omdat Aberg, Hammargren en Arnebon het heft in handen konden houden. Jammer voor de Belgen die opnieuw zo dicht bij de overwinning waren maar door een slippertje van Decoster hun laatste kans verspeelden. Voor ons land werd het een grote dag. Lammers, Sigmans en vd Sluis schoten als acht, elf en dertien onder de finishvlag door. Dit betekende een verdienstelijke derde plaats en de vreugde in het Nederlandse kamp was algemeen. Vooral de goede verstandhouding die er heerste in deze jonge ploeg en de prettige sfeer onder het gehele Nederlandse gezelschap heeft zeker tot deze prestatie bijgedragen. Als enige ploeg vijf rijders in de finale. Dat is een groot compliment waard en een bewijs dat we met onze nationale motocross de goede weg gevonden hebben. De TROPHEE DES NATIONS werd een waardig besluit van een motocross-seizoen waarop motorsportliefhebbers met vreugde kunnen terugzien.

UITSLAGEN:

1. ZWEDEN - Aberg (3); Hammargren (4); Arnebonn (6), 13 punten.

2. BELGIE - Robert (1). Dècoster (5). Wiertz  (9),15 punten.

3. NEDERLAND - Lammers (8); Sigmans (11); v/d Sluis (13), 32 punten.

4. FINLAND - MIkkola (7); Lehtinen (16): Jarvinen (20),43 punten.

5. DENEMARKEN - Saven (12), Leif (15); Ove(19), 46 punten.

6. ZWITSERLAND - Loetscher (21), Calonder (22); Stocker (26),69 punten.

7. ITALIE - Perozzo (18); Canzio (25),dUl Gulmanelli (28), 71 punten.

8. ENGELAND - Eastwood (2); ~ade (17)

9. FRANKRIJK - Novak (23); Kelrel (29).

Op de Foto’s: Robert,  Hammargren en Aberg.