Toen we op een stormachtige avond in augustus in de werkplaats binnenstapten, wilde vader Sigmans ons geen hand geven. Niet omdat hij een bars of onvriendelijk man is, maar eenvoudig, omdat zijn handen vol smeer en olie zaten. Want al is het dan ook acht uur, vader Sigmans was nog druk aan het sleutelen aan een motor. Het is geen uitzondering dat hij ‘s avonds nog Zo laat werkt, vooral’ s zomers niet, want het is altijd erg druk in de rijwiel en motorzaak van Sigmans in het Brabantse dorp Bakel.

JONG GELEERD

Een van de oorzaken van die drukte is Frans, de twintigjarige zoon van vader Sigmans. Franske, zoals hij in Bakel heet, is namelijk met Pierre Karsmakers en Gerrit Wolsink een van Nederlands grootste motorcrossers en hij stootte in een goed jaar door naar internationale klasse en roem. Hij is een groot talent en staat in het middelpunt van de belangstelling. En dat is geen ‘wonder, want Frans heeft bewezen dat hij tot grote prestaties in staat is. Als je dit leest, is hij op 10 september in Venray waarschijnlijk Nederlands kampioen in de 250-cc- klasse geworden. Of het zou moeten zijn dat hij door motorpech of iets anders is uitgevallen.

Frans is met crossen begonnen op zijn zestiende jaar. Maar voordien wist hij allang wat een bromfiets en een motor was, want hij kreeg van zijn vader op zijn dertiende jaar al een (weliswaar afgedankte, maar toch echte) crossmotor. Die voerde Frans zelf op van 150 tot 175 cc. En altijd was hij met zijn broers en vrienden aan bromfietsen aan het sleutelen om die ook op te voeren en voor terreinwedstrijden in orde te maken. Als hij als jongen van school thuiskwam, ging hij regelrecht naar vaders werkplaats. Daar heeft hij naar zijn zeggen het meeste van motoren opgestoken. Zijn moeder vertelt ons dat het crossen er bij Frans al vanaf zijn derde jaar in heeft gezeten. En in het plakboek dat zus Tiny van haar broer heeft aangelegd, dichtte ze bij een fotootje van Frans op een driewieler: Frans had krullen in zijn haar, die crossten toen al door elkaar. Dus u moet niet vergeten: dat het er al jaren in heeft gezeten!

SUCCES AAN DE LOPENDE BAND

Zijn eerste echte cross bij de Koninklijke Nederlandse Motorrijders-Vereniging (K.N.M.V.) reed Frans op 7 juli 1963 in Boekel op een 50-cc-bromfÏets. Zijn grote successen kwamen het jaar daarop; hij sloot het seizoen zelfs af als kampioen van Nederland in die klasse.

Frans wilde echter meer. Hij wilde crossen op een échte motor, maar daarvoor moest hij een rijbewijs hebben. (Dat is nu niet meer nodig.) Frans wist zijn vader zo ver te krijgen, dat deze een Husqvarna voor hem kocht, een Zweedse motor. Daarmee boekte hij gauw succes. De grote triomfen kwamen op het eind van het seizoen 1966. Toen hij in een wedstrijd in België de groten van de motorcross achter zich wist te houden, kreeg hij van de K.N.M.V. onmiddellijk een internationaal startbewijs. Veel jongens in Bakel pronken trots met het nummer H 4 op hun fiets, omdat dat het nummer van Franske Sigmans is.

Zijn allergrootste successen heeft Frans vooral dit jaar geboekt. In tien tot twaalf wedstrijden werd hij een keer of zes eerste. Natuurlijk is hij ook wel eens uitgevallen wegens motorpech. “Een klein pareltje in de bougie is al voldoende om je kansen te doen keren,” zegt Frans. In maart van dit jaar verbaasde hij iedereen door in de wedstrijd der kampioenen in Sint-Antonis niet alleen de Belgische oud-wereldkampioen Joël Robert te verslaan, maar ook de Zweedse wereldkampioen Torsten Hallman. Deze was hierover zo verbaasd, dat hij dadelijk wilde weten wat er aan de Husqvarna van Frans was gedaan, want die motor liep zo ontzettend goed en snel. In de Grand Prix van Norg, een wedstrijd die meetelt voor het wereldkampioenschap, werd hij in het internationale veld vierde vóór de Russische crosser Abekov. En in een wedstrijd in Balen in België, waar ook weer de beste rijders van Europa in de 500 cc aan de start verschenen, haalde hij hetzelfde aantal punten als de Oost-Duitse wereldkampioen In die klasse, Paul Friederichs. Frans werd tweede, omdat hij voor de twee manches 2,8 seconden meer nodig had dan de Oostduitser.

“FRANSKE KOMT NOG VEUL VERDER!” Frans is in Bakel en omgeving hét idool van de jeugd. Hij krijgt regelmatig post uit alle delen van het land, van jongens en meisjes en van oudere mensen. Een mevrouw uit Griendtsveen in Limburg schreef Frans met zijn verjaardag: “Van harte proficiat met uw twintigste verjaardag en veel succes. Ik ben moeder van zeven zoons en twee dochters. Ik heb u gezien in vele crosses. Ik vond het fantastisch. Franske, veel geluk en succes toegewenst door een supportster uit de Peel.” In een andere brief, zonder naam of adres van de afzender, stond enkel: “ Voor je motor.” In de envelop zat een briefje van tien gulden.

In Bakel is men ervan overtuigd dat Frans binnen twee jaar wereldkampioen zal zijn; Zijn moeder zegt: “Dat willen de mensen, maar Frans zegt niks. Hij doet zijn best, net als de andere jongens.”

Frans zegt dat het motorcrossen een harde en dure sport is. “Je moet durf hebben. In het begin ga je langzaam door een bocht, maar dat gaat steeds sneller. En je moet goed kunnen sturen.” Frans heeft nu drie motoren: een van 250 cc, die ruim vierduizend gulden heeft gekost en twee van 500 cc, die per stuk vijf en een half duizend gulden kostten. Als goede raad voor jongens die aan motorcrossen willen beginnen, zei Frans: “In de eerste plaats moeten ze proberen een beetje te sparen. Koop een oude motor, die je zelf kunt ombouwen. Spaar dan door en koop later iets beters. Maar je moet wel aan een motor kunnen sleutelen. Je leert het meest door een oud ding te kopen en dat zelf op te knappen.”

Daags na een cross is het ‘s avonds druk voor of in de werkplaats van vader Sigmans. Vele supporters komen dan nakaarten. “Dan wordt er over niets anders dan over de cross gepraat,” zegt Frans. “En de een weet het nog beter dan de ander. Als ik al die raad zou opvolgen, was ik waarschijnlijk nergens,” voegt hij er lachend aan toe. Maar Frans Sigmans is wel degelijk ergens. Hij heeft het ver gebracht in de sport waarvoor hij leeft. “En Franske komt nog veul verder,” zeggen ze in Bakel.

Aad van Vlaardingen      Foto’s Jan Kerklaan                                                                 jeugdblad Sjors 1967 nr.42 -16